Sjaggeraars in de parochie
Ik voelde mij er nooit echt thuis, onze vroegere parochiekerk. Ik wist niet precies hoe dat kwam, maar ik kreeg een gevoel van “dit is geen geconsacreerd gebouw”. Mijn gevoel zal er wel naast gezeten hebben, want op de hoeksteen stond duidelijk het jaar 1960 van de bouw en dus mag je aannemen dat de rest (de consecratie) ook in orde is. Vreemd vonden wij altijd wel dat er geen biechtstoelen waren te bekennen. Wie biechten wil, moet maar een afspraak maken op de pastorie. We hadden gehoord dat de Biechtstoelen eruit waren gesloopt. Waarom wisten we niet.
De vraag is dan of elk gevoel dan wel juist is. Nou, daar kan ik stellig over zijn. Soms zit je er volkomen naast. Dus moet je altijd een beetje oppassen met onderbuikgevoelens.
Nadat ik definitief vertrok naar de parochie Onze Lieve Vrouwebasiliek in Maastricht, heb ik altijd met dat rare gevoel gezeten. En wat nog vreemder was: ik was de enige niet die dat zelfde gevoel had. Ook een familielid vertelde mij dat zij precies het zelfde gevoel had. Ze voelde zich niet thuis, ook niet als de H.Mis werd opgedragen.
Er gaan jaren en jaren voorbij, totdat er een wijkblad in de bus valt van de parochie waar wij vroeger kerkten. In dit blad werd voor het eerst een artikel besproken van de vroegere parochiekerk. We worden nieuwsgierig want van een vroegere parochiekerk wisten we niets en gaan dus bladeren….Dan zien we de oude parochiekerk in zijn volle glorie van binnen en van buiten. Wie zien een prachtig mooi kerkgebouw, met biechtstoelen, een preekstoel, communiebanken…we zien een Godshuis waar de heiligheid en de gebedskracht letterlijk door het papier ademt…Dan beseffen we pas wat er gebeurd is. Vóór 1960 werd de oude statige kerk volledig tot de grond toe afgebroken. Alleen de toren zal deze kaalslag nog overleven. Maar het schip van de kerk, de transepten en de kerkelijke inventaris wordt afgebroken, eruit gebroken en aan een paar parochianen verpatst. Wat overblijft is een fundament waar een “nieuwe” kerk verrijst. De kerkelijke inventaris, zoals de prachtige houtgesneden preekstoel met klankbord en de biechtstoelen verdwijnen bij een aantal “parochianen” als boekenkist of dekenkist. Waar de preekstoel is gebleven weet ik op dit moment niet.
Let wel: dit gebeurt voordat het Tweede Vaticaans Concilie zijn beslag neemt, en voordat er wereldwijde indianenverhalen ontstaan dat de Biecht was afgeschaft (het Concilie heeft namelijk nooit de Biecht afgeschaft, maar dat even terzijde!). Maar kennelijk waren deze indianenverhalen over de Biecht in de oude parochie al gemeengoed geworden, en het Kerkbestuur en de pastoor moeten immers hier hun fiat aan gegeven hebben. Anders kunnen nooit zomaar Biechtstoelen tot dekenkist worden gedegradeerd.
Het
is dus toch waar wat onze ouders in het begin van de jaren 60 ons vertelden,
dat er nogal wat parochiepriesters zijn geweest die op eigen houtje een “verandering”
hebben doorgevoerd, zonder een mandaat van welk Concilie dan ook, en zonder
goedkeuring en toestemming van de Paus. Men heeft op eigen houtje de zaak voor
de gelovigen gewoon beduveld en jaagden daarmee een groot gedeelte van de
schapen uit de Schaapstal. Is het dan logisch dat de gelovigen niet meer wilden
komen? Is het dan logisch dat ze hun kinderen weg wilden houden van deze
vernietingspolitiek? Uiteindelijk werd onze hele familie ook slachtoffer van anti-kerkelijke
veranderingsfundamentalisten.
Nu pas begrijp ik het gevoel dat ik en anderen hadden toen ze deze huidige parochiekerk binnentraden. Het heilige heeft men uitgebroken. Hierdoor krijg je het gevoel in een ordinair gebouw te zitten. Het dak blijkt vernieuwd te zijn, zonder dat dit is ingezegend. De communiebanken werden afgebroken en een soort volksaltaar van gemaakt, want dan kan het volk lekker meekijken! Het hoogaltaar staat daardoor werkeloos langs de kant van weg nutteloos weg te stoffen.
Dat
is nu de woning die wij Onze Heer gegeven hebben.
Schandaliger kan het bijna niet.


Reacties